Er is een scheiding aan het ontstaan op de werkvloer.
Niet tussen mensen die slim zijn en mensen die dat niet zijn. Niet tussen jong en oud, of technisch en niet-technisch. De scheiding is simpeler dan dat. En ze groeit elke week een stukje groter.
Het gaat om de verhouding tussen mensen en AI. Hoe iemand daarmee omgaat, bepaalt steeds meer hoe waardevol ze zijn voor een organisatie. Niet in abstracte zin. Concreet. In output. In snelheid. In de kwaliteit van beslissingen. In hoe onvervangbaar iemand is.
Er zijn drie soorten mensen. En ze zitten waarschijnlijk allemaal in jouw team.
Type 1: degene die AI niet gebruikt
Ze bestaan nog. Meer dan je denkt.
Niet omdat ze dom zijn. Niet omdat ze lui zijn. Maar omdat ze AI als iets zien wat bij andere mensen hoort. Bij techneuten. Bij mensen die daar tijd voor hebben. Bij de jongere collega die altijd met nieuwe tools bezig is.
Ze werken zoals ze altijd gewerkt hebben. Ze zoeken iets op via Google. Ze schrijven e-mails zelf. Ze maken rapportages handmatig. Ze zitten in vergaderingen en nemen aantekeningen die daarna ergens in een Word-document verdwijnen.
Het is niet dat ze slecht werken. Vaak zijn het juist de mensen met veel ervaring, veel kennis en een bewezen staat van dienst. Maar ze hebben één blind spot: ze zien niet hoe snel het tempo om hen heen aan het veranderen is.
Hun collega die wél AI gebruikt, verwerkt dezelfde hoeveelheid werk in minder tijd. Schrijft sneller, analyseert sneller, bereidt vergaderingen beter voor. Niet omdat die collega slimmer is. Maar omdat die collega een gereedschap gebruikt dat beschikbaar is voor iedereen.
Het probleem voor type 1 is niet dat ze morgen worden ontslagen. Het probleem is dat de kloof elke maand groter wordt. En op een gegeven moment is die kloof zo groot dat hij niet meer te dichten is zonder serieuze inspanning.
De ironie is dat mensen die AI niet gebruiken het vaak rechtvaardigen met kwaliteitsargumenten. "AI maakt fouten." "Het is niet persoonlijk genoeg." "Ik wil het zelf doen." Al die argumenten zijn ergens terecht. Maar ze gaan voorbij aan het feit dat de mensen die AI wél gebruiken die fouten allang hebben leren herkennen. Die het wél persoonlijk weten te maken. Die het inzetten voor de taken waar het helpt en het loslaten waar het niet helpt.
Type 1 staat stil terwijl de wereld beweegt.
Type 2: degene die AI gebruikt zoals vroeger Google
Dit is de grootste groep. En het is ook de meest onderschatte valkuil.
Type 2 gebruikt AI. Elke dag zelfs. ChatGPT staat open op hun tweede scherm. Ze vragen het dingen. Ze krijgen antwoorden. Ze zijn er blij mee.
Maar ze gebruiken het op dezelfde manier waarop een vorige generatie Google gebruikte. Als een zoekmachine voor antwoorden. Je stelt een vraag, je krijgt een antwoord, je kopieert wat bruikbaar is, je gaat verder.
Dat klinkt prima. En voor simpele taken is het dat ook. Maar het mist iets fundamenteels.
Google geeft je informatie die al bestaat. AI kan iets creëren wat nog niet bestond. Het kan redeneren, structureren, samenvatten, schrijven, analyseren, itereren. Het is geen zoekmachine. Het is een denkpartner. Maar alleen als je het zo gebruikt.
Type 2 vraagt: "Schrijf een samenvatting van dit rapport."
Type 3 vraagt: "Lees dit rapport. Wat zijn de drie aannames die de auteur maakt maar niet bewijst? Wat zou een sceptische lezer als eerste aanvechten? En als ik dit moet presenteren aan een directie die het besluit al heeft genomen, hoe frame ik de kritiek dan zodat het als input voelt in plaats van tegenwerking?"
Dat is geen betere zoekopdracht. Dat is een ander gesprek. Met een andere partner. Dat een ander resultaat geeft.
Type 2 weet dat AI bestaat. Type 3 weet hoe AI werkt. Dat is het verschil.
En het is een verschil dat zichtbaar wordt in de output. De analyses van type 3 gaan dieper. De communicatie is scherper. De beslissingen zijn beter onderbouwd. Niet omdat type 3 slimmer is. Maar omdat type 3 het gereedschap gebruikt voor waarvoor het gemaakt is.
Het gevaarlijkste aan type 2 is dat ze denken dat ze er al zijn. Ze gebruiken AI toch? Ze lopen toch mee? Maar ze lopen mee op het oppervlak van iets wat veel dieper gaat.
Type 3: degene die AI echt begrijpt
Type 3 is niet de persoon die het meeste van AI afweet. Het is niet de prompt-engineer die dagenlang experimenteert met systeem-instructies. Het is ook niet de tech-enthousiasteling die elke nieuwe tool uitprobeert.
Type 3 is de persoon die begrijpt wat AI is, wat het doet, wanneer het klopt en wanneer het niet klopt. Die weet hoe ze het moet inzetten voor haar specifieke werk. Die AI gebruikt als verlengstuk van haar eigen denken, niet als vervanging ervan.
Ze vraagt betere vragen. Ze controleert de output kritisch. Ze weet dat AI hallucineert en checkt daarom feiten. Ze weet dat AI geen mening heeft en vormt haar eigen conclusie. Ze weet dat AI geen context heeft die ze niet zelf geeft, en geeft daarom goede context mee.
Het resultaat is dat type 3 dingen doet die type 1 en type 2 niet kunnen bijbenen.
Ze bereidt een klantpresentatie voor in een kwart van de tijd, maar de presentatie is beter. Ze analyseert een dataset zonder te kunnen programmeren, omdat ze weet hoe ze AI moet vragen om de analyse te doen. Ze schrijft een adviesrapport waarbij de structuur, de argumentatie en de toon precies kloppen voor de doelgroep, omdat ze AI heeft ingezet als klankbord en editor, niet als ghostwriter.
En boven alles: ze maakt fouten sneller zichtbaar. In haar eigen werk. In het werk van anderen. In beslissingen die worden genomen op basis van informatie die niet klopt. Dat maakt haar niet alleen productiever. Het maakt haar waardevol op een manier die moeilijk te kopiëren is.
Dat is wat onvervangbaarheid betekent in 2026. Niet dat je iets kan wat een AI niet kan. Maar dat je AI zo goed kunt sturen, beoordelen en inzetten dat je samen met AI beter presteert dan iedereen die dat niet kan.
Het misverstand over wat AI-geletterdheid inhoudt
Veel mensen horen "AI-geletterdheid" en denken aan cursussen over hoe ChatGPT werkt. Of aan technische uitleg over neurale netwerken. Of aan verplichte e-learnings die je doorklikt zodat je een vinkje kunt zetten.
Dat is het niet.
AI-geletterdheid is het vermogen om geïnformeerde keuzes te maken over AI. Wanneer gebruik je het? Wanneer vertrouw je het? Wanneer grijp je in? Welke risico's kleven aan de toepassing die je net hebt gevonden? Wat moet je nooit invoeren? Wat moet je altijd controleren?
Het is het verschil tussen iemand die autorijdt en iemand die begrijpt hoe een auto werkt. Je hoeft geen monteur te zijn om veilig te rijden. Maar je moet wel weten wanneer een band bijna plat is, wanneer je moet stoppen, en wanneer een geluid aangeeft dat er iets niet klopt.
Type 1 zit nog op de fiets.
Type 2 rijdt auto maar kijkt nooit op het dashboard.
Type 3 rijdt auto, leest het dashboard, kent de route en weet wanneer ze moet omrijden.
Waarom de kloof exponentieel groeit
Hier wordt het interessant. En voor mensen in type 1 en type 2, een beetje ongemakkelijk.
De kloof tussen de drie typen groeit niet lineair. Hij groeit exponentieel. En dat heeft een simpele reden.
Type 3 gebruikt AI om beter te worden in het gebruiken van AI. Ze ontdekken nieuwe toepassingen. Ze verbeteren hun aanpak. Ze leren van de output en passen hun vragen aan. Ze bouwen over tijd een intuïtie op die niet zomaar te kopiëren is.
Type 1 staat stil.
Type 2 verbetert langzaam, maar zonder fundamenteel begrip blijft het oppervlakkig.
In de technologie-wereld noemen ze dit een compounding effect. Kleine voordelen die elke dag een beetje groter worden, totdat het verschil zo groot is dat inhalen bijna onmogelijk is. Dat is wat er op de werkvloer gebeurt. Nu. Niet over vijf jaar.
En dan is er nog iets. AI zelf wordt beter. Elke maand. Nieuwe versies. Nieuwe mogelijkheden. Nieuwe toepassingen. Type 3 omarmt die ontwikkeling en groeit mee. Type 1 en type 2 lopen verder achter.
Wat dit betekent voor organisaties
Een team dat bestaat uit type 1 en type 2 medewerkers, heeft een probleem dat groter is dan ze denken.
Niet omdat die mensen slecht zijn. Maar omdat ze minder produceren dan ze zouden kunnen. Omdat ze meer tijd besteden aan taken die langer duren dan nodig. Omdat ze beslissingen nemen op basis van analyses die oppervlakkiger zijn dan ze hoeven te zijn.
En omdat hun concurrenten, de organisaties die wél hebben geïnvesteerd in AI-geletterdheid, sneller bewegen. Betere output leveren. Slimmere beslissingen nemen. Met dezelfde mensen, in dezelfde tijd.
AI-geletterdheid is geen HR-thema. Het is een concurrentiethema.
Dat is ook precies waarom de EU AI Act het heeft opgenomen als wettelijke verplichting. Artikel 4 verplicht organisaties om medewerkers aantoonbaar AI-geletterd te maken. Niet omdat Europa graag regels maakt. Maar omdat beleidsmakers begrijpen dat organisaties die dit niet borgen, kwetsbaar zijn. Voor risico's die ze niet zien aankomen. Voor fouten die ze niet herkennen. Voor beslissingen die worden genomen op basis van AI-output die niemand heeft gecontroleerd.
De wet dwingt organisaties om type 3-medewerkers te maken van type 1 en type 2. Dat is eigenlijk een cadeau, als je het zo bekijkt.
Hoe je van type 2 naar type 3 gaat
De stap van type 1 naar type 2 is makkelijk. Gewoon beginnen. Een tool openen. Experimenteren.
De stap van type 2 naar type 3 is anders. Het vraagt iets wat experimenteren alleen niet geeft: begrip. Begrip van hoe AI werkt. Wat het wel en niet kan. Waar de risico's zitten. Hoe je de output beoordeelt. Hoe je de juiste context meegeeft. Hoe je weet wanneer je het niet moet vertrouwen.
Dat is niet iets wat je oppikt door een uur met ChatGPT te spelen. Het is iets wat je leert via een gestructureerd traject dat die kennis opbouwt op de manier waarop volwassenen leren: praktisch, herkenbaar, direct toepasbaar in het eigen werk.
Dat is wat de AIGA-training doet. Geen technische theorie. Geen abstracte uitleg over neurale netwerken. Wel: wat je moet weten om AI verantwoord en effectief te gebruiken in jouw functie. Zodat je van type 2 naar type 3 gaat. En daar blijft.
De vraag die je jezelf moet stellen
Niet: "Gebruik ik AI?"
Maar: "Gebruik ik AI op een manier die mij over twee jaar nog steeds waardevol maakt?"
Dat is de vraag die telt. En het eerlijke antwoord daarop bepaalt in welk type je zit.
Type 3 worden is geen kwestie van talent. Het is een kwestie van kennis en bewuste keuze. De kennis is beschikbaar. De keuze is aan jou.

Ferry Hoes
Ferry Hoes is veelgevraagd spreker en trainer op het gebied van AI-geletterdheid. Hij staat meermaals per maand op het podium voor organisaties zoals a.s.r., VodafoneZiggo en verschillende ministeries. In 2020 won hij de Anti-Discriminatie AI-Hackathon van de Nederlandse overheid.